- dorpen en infrastructuur werden vernield
- wegen en spoorlijnen opgebroken
- bronnen vergiftigd of afgedamd
- bossen werden gekapt
Deze tactiek van de verschroeide aarde moest de geallieerden vertragen en hun logistiek ontwrichten.
Johann Hans von Zwehl was een Pruisisch officier die diende in zowel de Frans-Duitse Oorlog (1870–1871) als de Eerste Wereldoorlog. Na een lange loopbaan binnen het keizerlijk leger, waarin hij onder meer divisie- en brigadecommandant was, ging hij in 1909 met pensioen. Bij het uitbreken van WO I werd hij opnieuw opgeroepen en kreeg het bevel over het VII. Reservekorps.
Von Zwehl verwierf bekendheid tijdens het Beleg van Maubeuge (1914), waar hij de Franse overgave ontving en het Pour le Mérite (Der blaue Max) kreeg toegekend. Later nam hij deel aan de Slag bij Verdun (1916), waar zijn korps zware verliezen leed. In december 1916 werd hij uit actieve frontdienst ontheven.
Vanaf 1917 tot het einde van de oorlog diende hij als Militair Gouverneur van Antwerpen, waar hij zowel het burgerlijk bestuur als de militaire vestingorganisatie leidde. Op 8 september 1917 ontving hij de eikenloof als aanvulling op zijn Pour le Mérite.
Na de oorlog schreef von Zwehl over militaire geschiedenis en werd hij de officiële biograaf van Erich von Falkenhayn. Hij overleed in 1926.
Kaiserliches Gouvernement
Abteilung I e, J.Nr. 2635 Geh.
Antwerpen, den 21. April 1917
De in beschikking nr. 2619 van het Gouvernement Antwerpen (afdeling I) omschreven zones worden als goedgekeurd beschouwd door het Generaal-Gouvernement en treden officieel in werking op 1 mei 1917. De uitvoering van deze maatregel moet uiterlijk op 3 mei gemeld worden door de militaire autoriteiten, en ten laatste op 6 mei door de burgerlijke overheden.
Voor onderdelen die rechtstreeks onder het Gouvernement vallen, zoals bewakingsposten en aanwezige eenheden, moet tegen 15 mei 1917 verslag worden uitgebracht door de betrokken instanties en districtscommandanten. Het is vanzelfsprekend dat de samenwerking tussen deze onderdelen ononderbroken moet blijven. Eventuele noodzakelijke aanpassingen aan de richtlijnen dienen tijdig en volgens de geldende procedure te worden aangevraagd.
Aangelegenheden die verband houden met wegen aan de noordzijde van de stelling worden voortaan niet langer door de districtscommandant behandeld, maar rechtstreeks afgehandeld door het Gouvernement zelf.
De rijkswachtpost in Brecht wordt voortaan bemand door eenheden uit het noordelijke sectorgebied, terwijl de post in Oostmalle onder verantwoordelijkheid komt van de oostelijke sector. De tot nu toe aanwezige posten van het district Turnhout blijven binnen dat district operatief en worden in de eerste plaats ingezet om spionage en het smokkelen van brieven te voorkomen.
De bewaking van de toegangsbeperkingen langs het Turnhoutkanaal wordt voor het traject van Turnhout tot aan de westelijke district grens toegewezen aan het Kreis (district) Turnhout. Vanaf de sectorgrens tot aan het Fort Schooten valt de verantwoordelijkheid bij de Ost-Abschnitt. In geval van een concrete bedreiging zal een aparte bevelvoering volgen met betrekking tot de inzet van bewakingseenheden.
voor de verdere uitbouw van de stelling aan het Turnhoutkanaal
|
Omschrijving |
Eenheidsprijs |
Totaal |
|
5 schuttersstellingen vóór de bruggen 11, 7, 6, 4, 3 |
|
|
|
met 12 m brede prikkeldraadhindernis |
8.000 Mark |
40.000 Mark |
|
53 mitrailleurruimten, tevens onderkomens |
6.900 Mark |
365.700 Mark |
|
60 onderkomens voor 3 man |
|
|
|
tevens infanteriewaarnemers |
2.200 Mark |
132.000 Mark |
|
6 artilleriewaarnemers |
3.600 Mark |
21.600 Mark |
|
|
|
559.300 Mark |
|
Voor afronding en als reserve |
|
40.700 Mark |
|
Totaalbedrag |
|
600.000 Mark |